ECLI:NL:RBDHA:2024:17508
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- I.A.M. van Boetzelaer - Gulyas
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel
De rechtbank Den Haag heeft op 23 oktober 2024 het beroep van eiser behandeld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen. De minister baseerde dit besluit op de Dublinverordening, waarbij Spanje als verantwoordelijke lidstaat is aangewezen. Nederland had Spanje op 27 mei 2024 verzocht de asielaanvraag over te nemen, waarop Spanje niet tijdig reageerde, waardoor de verantwoordelijkheid vanaf 28 juli 2024 vaststaat.
Eiser stelde dat hij niet naar Spanje wil worden teruggestuurd vanwege slechte opvangomstandigheden en het risico op indirect refoulement. Hij verwees naar eigen ervaringen en AIDA-rapporten die problemen in Spaanse asielzoekerscentra signaleren. De rechtbank oordeelde echter dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel blijft gelden en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij een reëel risico loopt op onmenselijke behandeling. Ook is niet gebleken dat eiser bij terugkeer in vreemdelingenbewaring zal worden gesteld of geen toegang heeft tot rechtsbijstand.
De rechtbank concludeerde dat de minister terecht geen gebruik maakte van de discretionaire bevoegdheid van artikel 17 van Pro de Dublinverordening, omdat er geen bijzondere omstandigheden zijn die overdracht onevenredig hard maken. Het beroep is daarom ongegrond verklaard, en de asielaanvraag blijft niet in behandeling genomen. Eiser kan tegen deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en de overdracht aan Spanje blijft in stand.