Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker], verzoeker
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Verzoeker heeft tegen het besluit van 4 april 2024, waarbij zijn asielaanvraag als kennelijk ongegrond werd afgewezen, beroep ingesteld bij de rechtbank. Tegelijkertijd verzocht hij om een voorlopige voorziening om het bestreden besluit tijdelijk te schorsen.
De voorzieningenrechter heeft zonder zitting uitspraak gedaan op basis van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Omdat op dezelfde dag in een andere procedure (zaaknummer NL24.15097) de rechtbank al uitspraak heeft gedaan op het beroep, acht de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet meer nodig.
Daarom is het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Tevens is er geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter J.F.I. Sinack en is onherroepelijk, omdat tegen deze uitspraak geen hoger beroep of verzet mogelijk is.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.