Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Tunesische vreemdeling, is op 2 oktober 2024 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Tegen deze maatregel is beroep ingesteld dat tevens als verzoek om schadevergoeding geldt. De rechtbank toetst uitsluitend de rechtmatigheid van de voortzetting van de bewaring vanaf 7 augustus 2024, het moment van sluiting van het laatste onderzoek.
Eiser betoogt dat er sinds 16 september 2024 geen vertrekgesprek meer heeft plaatsgevonden en dat er onvoldoende bewijs is van schriftelijke rappels door verweerder aan de Tunesische autoriteiten. De rechtbank stelt vast dat het dossier inmiddels is aangevuld met het verslag van het vertrekgesprek van 3 oktober 2024 en dat het gebruikelijk is dat rappelbrieven niet in het digitale dossier worden opgenomen. De rechtbank acht de verklaringen in de voortgangsrapportage voldoende betrouwbaar.
De rechtbank benadrukt dat verweerder afhankelijk is van de Tunesische autoriteiten voor de afgifte van een laissez-passer en dat er voldoende voortvarend is gehandeld door regelmatig vertrekgesprekken te voeren en schriftelijk te rappelleren. De ambtshalve toetsing leidt niet tot het oordeel dat de voortzetting van de bewaring onrechtmatig is. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de voortzetting van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.