Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Tunesische vreemdeling, werd op 30 juli 2024 een maatregel van bewaring opgelegd op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet. Deze maatregel werd op 31 juli 2024 opgeheven, maar op 2 augustus 2024 opnieuw opgelegd. Eiser stelde dat de tenuitvoerlegging van de bewaring onrechtmatig was en vorderde schadevergoeding.
De rechtbank beperkte haar beoordeling tot de vraag of de bewaring onrechtmatig was voorafgaand aan de opheffing. Eisers klachten over de strafrechtelijke detentie en de impact van vervoer naar Groningen werden niet meegenomen omdat deze niet de rechtmatigheid van de bewaring raken. Ook de stelling dat geen redelijk vermoeden van illegaal verblijf bestond werd niet onderbouwd en verworpen.
De rechtbank oordeelde dat het dossier voldoende was en dat de gronden voor de maatregel feitelijk juist en voldoende gemotiveerd waren. Verweerder had aannemelijk gemaakt dat een lichter middel niet doeltreffend zou zijn en dat eisers medische omstandigheden waren meegewogen. De ambtshalve toets leidde niet tot een oordeel van onrechtmatigheid.
Daarom werden de beroepen ongegrond verklaard en de verzoeken om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De beroepen tegen de maatregel van bewaring zijn ongegrond verklaard en de verzoeken om schadevergoeding zijn afgewezen.