ECLI:NL:RBDHA:2024:17547
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing naturalisatieverzoeken wegens gerede twijfel aan identiteit en nationaliteit
Eisers, met een Ranov-verblijfsvergunning en Tsjetsjeense nationaliteit, dienden naturalisatieverzoeken in die door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid werden afgewezen wegens gerede twijfel aan hun identiteit en nationaliteit. Deze twijfel was reeds in eerdere asielprocedures vastgesteld en is volgens de rechtbank nog steeds relevant.
Eisers betoogden dat de documenteneis niet op hen van toepassing is vanwege hun Ranov-status en dat het gevaarlijk is om documenten in Rusland te verkrijgen. De rechtbank oordeelde echter dat eisers onvoldoende hebben aangetoond dat zij al het mogelijke hebben gedaan om de benodigde documenten te verkrijgen, waardoor geen sprake is van bewijsnood.
De rechtbank vond het belang van zekerheid over identiteit en nationaliteit zwaarwegend en oordeelde dat de afwijzing van de naturalisatieverzoeken evenwichtig is. Ook werd geoordeeld dat het horen van eisers niet noodzakelijk was omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was. Het beroep werd ongegrond verklaard en de naturalisatieverzoeken afgewezen.
Uitkomst: De naturalisatieverzoeken van eisers worden afgewezen vanwege gerede twijfel aan hun identiteit en nationaliteit en het ontbreken van voldoende bewijs om deze twijfel weg te nemen.