ECLI:NL:RBDHA:2024:17548
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing naturalisatieverzoek wegens gerede twijfel aan identiteit en nationaliteit ondanks contra-expertise
Eiseres, houdster van een Ranov-verblijfsvergunning en van Soedanese nationaliteit, verzocht om naturalisatie. Verweerder wees dit verzoek af vanwege gerede twijfel aan haar identiteit en nationaliteit, voortkomend uit een taalanalyse uit 2005 die niet eenduidig haar Soedanese achtergrond bevestigde. Eiseres liet in 2017 een contra-expertise uitvoeren die suggereerde dat zij mogelijk in Soedan gesocialiseerd was, maar deze werd in 2022 door het Team Onderzoek en Expertise Land en Taal (TOELT) weerlegd.
Eiseres betoogde in beroep dat de taalanalyse geen rechtvaardiging voor twijfel bood en dat zij gehoord had moeten worden vanwege het Unierechtelijke verdedigingsbeginsel. De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht op het deskundigenadvies mocht vertrouwen, omdat de contra-expertise onvoldoende overtuigend was en niet alle argumenten weerlegde. De rechtbank vond dat eiseres de gerede twijfel niet had weggenomen, mede omdat zij geen documenten ter onderbouwing van haar identiteit had overgelegd.
Verder stelde de rechtbank vast dat geen sprake was van bewijsnood, omdat eiseres niet had aangetoond dat zij al het mogelijke had gedaan om documenten te verkrijgen. Ook was het horen van eiseres in de bezwaarfase niet verplicht, omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was en geen nieuwe feiten of argumenten bevatte. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard, met afwijzing van het griffierecht en proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het naturalisatieverzoek wordt ongegrond verklaard wegens gerede twijfel aan identiteit en nationaliteit.