ECLI:NL:RVS:2020:1753
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verlenging inburgeringstermijn en boeteoplegging wegens niet-naleving inburgeringsplicht
De zaak betreft het hoger beroep van [appellante] tegen de afwijzing van haar verzoek tot verlenging van de inburgeringstermijn en de oplegging van een boete wegens het niet voldoen aan de inburgeringsplicht binnen de gestelde termijn. De minister had de inburgeringstermijn ambtshalve verlengd tot 1 maart 2018, maar een medisch advies van Argonaut gaf geen aanleiding tot verdere verlenging.
De rechtbank had eerder geoordeeld dat de minister onzorgvuldig was geweest in de informatievoorziening, maar dat dit geen belangenverlies voor [appellante] had veroorzaakt. Ook werd geoordeeld dat het medisch advies deskundig en voldoende specifiek was, en dat [appellante] onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat het niet tijdig voldoen aan de plicht haar niet valt te verwijten.
In hoger beroep voerde [appellante] onder meer aan dat zij door de late informatievoorziening in haar belangen was geschaad en dat de medische adviezen onvoldoende waren onderzocht en mogelijk beïnvloed door belangenverstrengeling. De Raad van State oordeelde dat [appellante] voldoende gelegenheid had gehad om haar bezwaren te uiten, dat de medische adviezen als deskundigenadviezen mogen worden beschouwd en dat de gestelde belangenverstrengeling onvoldoende concreet was. De boete werd terecht gehandhaafd omdat geen medische redenen waren voor verlenging en geen andere geldige redenen waren om de boete te matigen.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek tot verlenging van de inburgeringstermijn en de boeteoplegging worden bevestigd.