Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 oktober 2024 in de zaak tussen
[eiser], v-nummer: [nummer], eiser
Inleiding
.
Beoordeling door de rechtbank
.De reden daarvoor is dat de rechtbank op meerdere onderdelen van de beoordeling van de geloofwaardigheid van het asielrelaas van eiser zorgvuldigheids- en motiveringsgebreken constateert. Die gebreken samengenomen zijn zodanig dat de bestreden besluitvorming op dat punt niet in stand kan blijven. Verder constateert de rechtbank een zorgvuldigheids- en motiveringsgebrek in de beoordeling van het recht op respect voor familie- en gezinsleven als bedoeld in artikel 8 van Pro het EVRM waar het gaat om één van de kinderen van eiser. Ook om die reden kan het bestreden besluit niet in stand blijven. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Voor wat betreft de overgelegde foto’s, die als ondersteunend bewijs meegewogen moeten worden, stelt de minister zich op het standpunt dat deze de gestelde problemen van eiser niet ondersteunen dan wel het onduidelijk is wat er op de foto’s is te zien en wat eiser daarmee wil aantonen. Daarbij merkt de minister op dat eiser niet heeft voldaan aan het verzoek om de foto’s aan te leveren met een omschrijving van wat erop is te zien. Daardoor is het onmogelijk om de waarde van de foto’s in te schatten. Deze foto’s leiden daarom niet tot een andere conclusie over de geloofwaardigheid van het asielrelaas.
Verder is de rechtbank van oordeel dat het onzorgvuldig is dat, wanneer het nader gehoor na 15 maanden wordt voortgezet, MediFirst niet opnieuw om advies wordt gevraagd over de vraag of eiser kan worden gehoord en, zo ja, of er beperkingen zijn waarmee bij het horen en/of beslissen rekening moet worden gehouden, maar dat wordt uitgegaan van het MediFirst-advies dat anderhalf jaar eerder is uitgebracht. Daarbij komt dat eiser bij aanvang van het tweede deel van het nader gehoor heeft aangegeven dat hij last heeft van depressie en daar medicatie voor gebruikt. Eiser is hierop niet verder doorgevraagd. Daar staat echter tegenover dat eiser zelf heeft verklaard dat hij zich lichamelijk en mentaal in staat voelde om dat gehoor te laten plaatsvinden en dat eiser de gestelde depressie en medicatie die hij in dat verband zou gebruiken, op geen enkele wijze nader heeft onderbouwd. Desondanks is de rechtbank van oordeel dat de minister zich in het kader van de beoordeling van de geloofwaardigheid van het asielrelaas van eiser, onvoldoende rekenschap heeft gegeven van de hiervoor benoemde omstandigheden. Hierbij merkt de rechtbank nog op dat nergens een beschrijving van het referentiekader van eiser is gegeven.
“Die jongens dachten dat wij agenten waren”. [2] Op de vraag van de hoorambtenaar later tijdens dat gehoor
“Waarom dachten de leden van de sekte Eiye dat jullie politieagenten waren”antwoordt eiser “
Ik denk dat de leden dachten dat wij de politieagenten geholpen hadden die dag toen zij weg gingen uit het politiebureau. De aanval van de sekte op het politiebureau was ook op dat moment. Daarom vluchtten de politieagenten toen weg. Wij waren op dat moment daar toevallig toen het politiebureau werd beschoten.” [3] Vervolgens bevestigt eiser nog een keer dat de reden waarom de leden van de sekte Eiye dachten dat eiser en [persoon A] politieagenten aan het helpen waren bij het ontvluchten was, dat zij, op het moment dat leden van de sekte op het politiebureau hadden geschoten, toevallig aangereden kwamen. In de correcties en aanvullingen op het nader gehoor verklaart eiser “
Die jongens dachten niet dat wij agenten waren. Daar was ook geen reden voor. Wij reden de bus. De jongens dachten dat er politieagenten in de bus zaten.”en
“Zij dachten niet dat wij politieagenten waren maar dat er agenten in onze bus zaten. Wij konden de agenten niet helpen.”Hoewel eiser aanvankelijk over de reden van de beschieting verklaart dat de sekteleden dachten dat hij en [persoon A] agenten waren, verklaart hij als hem dat later tijdens het nader gehoor wordt voorgehouden tot twee keer toe dat hij denkt dat de sekteleden dachten dat zij politieagenten geholpen hadden. Eiser wordt er ook niet mee geconfronteerd dat hij eerder een andere verklaring heeft gegeven en waarbij hem wordt verzocht de (gestelde) tegenstrijdigheid op te helderen. In de context van de verklaringen van eiser, is de rechtbank van oordeel dat de minister eiser ten onrechte tegenwerpt dat hij in de correcties en aanvullingen op het nader gehoor met (weer) een afwijkende verklaring komt voor de reden van de beschieting. Hoewel anders verwoord, lijkt eiser in de correcties en aanvullingen niet veel anders te verklaren dan hij bij de nadere vraagstelling tijdens het nader gehoor heeft verklaard, namelijk dat hij denkt dat de sekteleden dachten dat hij en [persoon A] tijdens de beschieting politieagenten op de vlucht probeerden te helpen met hun bus. Dat zou dan (kunnen) betekenen dat die politieagenten in de bus zaten, althans dat de sekteleden dat vermoedden.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- draagt de minister op om binnen 12 weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit op de asielaanvraag te nemen met inachtneming van deze uitspraak;
- veroordeelt de minister tot betaling van € 1.750,- aan proceskosten aan eiser.