ECLI:NL:RBDHA:2024:17620
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening afgewezen
Eiser, van Somalische nationaliteit, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De minister baseerde dit besluit op de Dublinverordening, omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag.
Eiser voerde aan dat Frankrijk de opvangrichtlijn en het EVRM schendt door onvoldoende opvang en medische zorg te bieden aan asielzoekers, wat volgens hem een schending van artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 Handvest Pro EU inhoudt. Hij stelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet langer van toepassing is en verwees naar diverse rapporten en nieuwsberichten.
De minister weerlegde deze stellingen door te stellen dat er geen sprake is van een structureel risico op schendingen en dat eiser zelf opvang en medische zorg heeft ontvangen in Frankrijk. De rechtbank oordeelde dat de minister voldoende gemotiveerd heeft gereageerd en dat eiser geen nieuwe feiten heeft aangedragen die het oordeel kunnen wijzigen.
De rechtbank verklaarde het beroep kennelijk ongegrond en handhaafde het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.