ECLI:NL:RBDHA:2024:17685
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening afgewezen
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublinverordening. Eiser vreest uitzetting naar Irak vanwege zijn Jezidi achtergrond en verwijst naar een ambtsbericht over de veiligheidssituatie.
De rechtbank overweegt dat het risico op indirect refoulement binnen de Dublinprocedure niet beoordeeld kan worden tenzij er sprake is van systeemfouten in het land van overdracht. Eiser heeft niet gesteld dat Duitsland zulke systeemfouten kent, waardoor het interstatelijk vertrouwensbeginsel blijft gelden.
Verder oordeelt de rechtbank dat artikel 17 van Pro de Dublinverordening niet van toepassing is, omdat de situatie van Jezidi’s in Irak niet relevant is voor de Dublinprocedure die zich richt op Duitsland. De minister heeft terecht geoordeeld dat er geen bijzondere individuele omstandigheden zijn die overdracht onevenredig maken.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard, het besluit blijft in stand en eiser mag worden overgedragen aan Duitsland. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag mag worden overgedragen aan Duitsland.