ECLI:NL:RBDHA:2024:17688
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Duitsland volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn asielaanvraag.
Eiser stelt dat hij vreest voor indirect refoulement bij overdracht aan Duitsland vanwege zijn Jezidi achtergrond en de situatie in Irak, en beroept zich op artikel 17 van Pro de Dublinverordening wegens bijzondere, individuele omstandigheden. De rechtbank overweegt dat het arrest van het Hof van Justitie van de EU van 30 november 2023 duidelijk maakt dat binnen een Dublinprocedure geen beoordeling plaatsvindt van risico op indirect refoulement, tenzij sprake is van systeemfouten in de asielprocedure van het betrokken land.
Eiser heeft niet gesteld dat Duitsland systeemfouten kent, waardoor het interstatelijk vertrouwensbeginsel blijft gelden. De minister hoefde artikel 17 niet Pro toe te passen omdat de situatie in Duitsland centraal staat en niet de situatie in Irak. De rechtbank concludeert dat het beroep ongegrond is en dat de aanvraag terecht buiten behandeling is gesteld. Eiser mag worden overgedragen aan Duitsland en krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en overdracht aan Duitsland is toegestaan.