ECLI:NL:RBDHA:2024:17730
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens vertrek met onbekende bestemming bij buiten behandeling stelling asielaanvraag
Eiser diende een opvolgende asielaanvraag in die door de minister van Asiel en Migratie op 18 september 2024 buiten behandeling werd gesteld omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de inhoudelijke behandeling. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit. De minister vroeg de rechtbank te beoordelen of er nog sprake was van procesbelang, aangezien eiser met onbekende bestemming (MOB) was vertrokken.
De rechtbank overwoog dat zolang de gemachtigde contact heeft met de vreemdeling, er sprake kan zijn van procesbelang. Echter, de gemachtigde liet weten geen contact meer te onderhouden met eiser en het interne systeem van de minister toonde aan dat eiser op 8 oktober 2024 zelfstandig zijn woonruimte had verlaten. Hierdoor concludeerde de rechtbank dat het beroep niet langer van feitelijke betekenis was en dat eiser geen rechtens te beschermen belang meer had.
De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk en oordeelde dat het beroep tegen de buiten behandeling stelling van de asielaanvraag niet inhoudelijk wordt beoordeeld. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter A.G.D. Overmars op 30 oktober 2024.
Uitkomst: Het beroep tegen de buiten behandeling stelling van de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.