ECLI:NL:RBDHA:2024:17754
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening mvv wegens ontbreken inburgeringsexamen
Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) als familie- of gezinslid. Zij verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen zodat zij behandeld zou worden alsof zij in het bezit is van een mvv.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het verzoek geen voorlopig karakter heeft, omdat toewijzing tot onomkeerbare gevolgen zou leiden, namelijk toegang tot Nederland. Bovendien voldoet verzoekster niet aan het inburgeringsvereiste, omdat zij geen inburgeringsexamen heeft afgelegd. De omstandigheid dat zij tussen 1984 en 1993 in Nederland verbleef, vormt geen vrijstelling.
Gezondheidsredenen die verzoekster aanvoert om vrijstelling te verkrijgen, worden niet onderbouwd met objectieve belemmeringen. Verweerder heeft onbestreden gesteld dat verzoekster het gezinsleven met haar Nederlandse echtgenoot in Thailand kan uitoefenen. Daarom wordt verwacht dat het bezwaar ongegrond zal zijn. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van het inburgeringsexamen en het ontbreken van een voorlopig karakter van het verzoek.