Eiser, een Bosnische nationaliteit dragende persoon, werd aangehouden met een valse Kroatische identiteitskaart en kreeg een terugkeerbesluit met een inreisverbod opgelegd. Hij voerde aan dat hij niet wist dat de kaart vals was en dat hij een aanvraag voor een verblijfsvergunning in Slowakije had lopen.
De rechtbank overweegt dat eiser zelf verantwoordelijk is voor het voldoen aan wet- en regelgeving en dat hij onvoldoende bewijs leverde voor een vaste verblijfsplaats. Ook heeft eiser tijdens het gehoor geen melding gemaakt van zijn aanvraag in Slowakije, waardoor verweerder niet verplicht was nader onderzoek te doen.
Cruciaal is dat verweerder geen vertrektermijn heeft gegund vanwege een vermeend risico op onderduiken, terwijl geen vreemdelingenbewaring is opgelegd. Dit is tegenstrijdig en zonder nadere motivering onbegrijpelijk, waardoor het terugkeerbesluit gebrekkig gemotiveerd is.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het terugkeerbesluit en het inreisverbod en veroordeelt verweerder tot betaling van proceskosten aan eiser.