ECLI:NL:RBDHA:2024:17815
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verwijderingsmaatregel en belangenafweging bij rechtmatig verblijf Unieburgers
Eiser, een Poolse Unieburger, verblijft langer dan drie maanden in Nederland zonder werk, studie of aantoonbare middelen van bestaan. Verweerder heeft daarom een verwijderingsmaatregel opgelegd wegens het ontbreken van rechtmatig verblijf op grond van het Unierecht.
Eiser betwist deze maatregel en stelt dat de belangenafweging onvoldoende is geweest, de maatregel disproportioneel is en dat hij onvoldoende is geïnformeerd over het beëindigen van zijn verblijf. Tevens beroept hij zich op zijn recht om aanwezig te zijn bij een openstaande strafzaak.
De rechtbank oordeelt dat verweerder alle relevante feiten heeft betrokken in de belangenafweging, waaronder het ontbreken van vaste woonplaats en het veroorzaken van overlast. De verwijderingsmaatregel is niet disproportioneel en is voldoende gemotiveerd, mede gelet op de Verblijfsrichtlijn en jurisprudentie van het HvJEU. Het recht op aanwezigheid bij de strafzitting weegt niet zwaarder dan de verwijderingsmaatregel.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de verwijderingsmaatregel wegens geen rechtmatig verblijf wordt ongegrond verklaard.