ECLI:NL:RBDHA:2024:17856
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens prematuur ingebrekestelling bij verlengde beslistermijn asielaanvraag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank heeft geen zitting gehouden omdat partijen geen zitting wensten.
De kern van het geschil betreft de vraag of de ingebrekestelling die eiser heeft gedaan geldig was, nu de beslistermijn voor asielaanvragen sinds 1 januari 2023 met negen maanden is verlengd op grond van het besluit WBV 2023/3. Eiser betwist dat deze verlenging rechtsgeldig is toegepast in zijn zaak en stelt dat hij verweerder niet prematuur in gebreke heeft gesteld.
De rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak waarin is geoordeeld dat de verlenging van de beslistermijn gegrond is wegens een situatie als bedoeld in artikel 42, vierde lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet 2000. Omdat eiser zijn aanvraag op 11 oktober 2023 heeft ingediend, valt zijn aanvraag onder deze verlengde termijn. De ingebrekestelling van 22 augustus 2024 was daardoor te vroeg. Hierdoor voldoet het beroep niet aan de voorwaarden van ontvankelijkheid en wordt het niet-ontvankelijk verklaard.
Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door rechter G.P. Loman en griffier M.M. Mulder op 29 oktober 2024.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de ingebrekestelling te vroeg is ingediend vanwege de verlengde beslistermijn.