Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
.Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Eisers, een Iraaks gezin bestaande uit een moeder en twee minderjarige kinderen, verzochten om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) om bij de echtgenoot, de referent, in Nederland te verblijven. De minister wees de aanvraag af wegens het niet voldoen aan het inburgeringsvereiste en het middelenvereiste.
De rechtbank oordeelde dat het inburgeringsvereiste onterecht aan eiseres kon worden tegengeworpen, omdat dit discriminatoir is en onvoldoende is gemotiveerd, conform een eerdere uitspraak van de rechtbank Den Haag. Deze grond slaagde, maar de rechtbank kwam niet toe aan de inhoudelijke toetsing van het inburgeringsvereiste.
Wat betreft het middelenvereiste stelde de rechtbank vast dat de referent niet voldeed aan de inkomenseis. Hoewel hij een Ziektewet-uitkering ontvangt, is hij niet volledig en duurzaam arbeidsongeschikt in de zin van de WIA, waardoor hij niet vrijgesteld is van het middelenvereiste. Eisers betwistten dit niet overtuigend.
De belangenafweging op grond van artikel 8 EVRM Pro toonde dat de minister alle relevante omstandigheden had meegewogen, waaronder het langdurige verblijf van de referent in Nederland en het gezinsleven. De belangen van de minister wogen zwaarder, mede omdat het gezinsleven ook in Irak kan worden uitgeoefend.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waardoor de afwijzing van de mvv-aanvraag in stand blijft. Eisers krijgen geen griffierecht of proceskostenvergoeding terug.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de mvv-aanvraag wordt ongegrond verklaard en de afwijzing blijft in stand.