ECLI:NL:RVS:2020:1306
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling wint hoger beroep tegen afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens middelenvereiste
De vreemdeling, met de Ghanese nationaliteit, had een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf bij haar moeder, die de Nederlandse nationaliteit bezit. De staatssecretaris wees deze aanvraag af wegens onvoldoende duurzaam inkomen van de referent, gebaseerd op het middelenvereiste uit het Vreemdelingenbesluit 2000 en het Voorschrift Vreemdelingen 2000.
De vreemdeling stelde dat werkloosheids- en ziektewetuitkeringen als inkomsten moeten worden meegeteld bij de beoordeling van het middelenvereiste, verwijzend naar eerdere uitspraken van de Afdeling en het Hof van Justitie EU. De staatssecretaris beriep zich op een beperkte terugkijktermijn van één jaar en sloot deze uitkeringen uit, behalve bij kortstondig gebruik.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat werkloosheids- en ziektewetuitkeringen wel degelijk als duurzame inkomsten uit arbeid in loondienst moeten worden beschouwd, omdat deze uitkeringen gebaseerd zijn op premies en niet op sociale bijstand. De eerdere uitspraken en motivering van de staatssecretaris voldeden niet aan de eisen van de Gezinsherenigingsrichtlijn.
Het hoger beroep werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de staatssecretaris vernietigd. De staatssecretaris moet een nieuw besluit nemen en de proceskosten vergoeden, inclusief het griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van de staatssecretaris wordt vernietigd; werkloosheids- en ziektewetuitkeringen tellen mee als duurzame inkomsten.