ECLI:NL:RBDHA:2024:17871
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens prematuur ingediende ingebrekestelling bij verlengde beslistermijn asielaanvraag
Eiser heeft op 17 november 2023 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister van Asiel en Migratie heeft niet tijdig op deze aanvraag beslist. Eiser stelde op 20 augustus 2024 een ingebrekestelling in om alsnog binnen twee weken een besluit te krijgen.
Sinds 1 januari 2023 is de beslistermijn voor asielaanvragen verlengd met negen maanden op grond van het besluit WBV 2023/3, dat sinds 27 januari 2023 van kracht is. De rechtbank oordeelt dat de verlengde beslistermijn ook op de aanvraag van eiser van toepassing is, omdat deze na 1 januari 2023 is ingediend. Hierdoor was de ingebrekestelling van 20 augustus 2024 te vroeg ingediend.
Omdat niet is voldaan aan de voorwaarden voor het indienen van een beroep wegens niet tijdig beslissen, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling, en de zaak is zonder zitting behandeld. Eiser kan tegen deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuur ingediende ingebrekestelling door toepassing van verlengde beslistermijn.