ECLI:NL:RBDHA:2024:17924
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel bewaring vreemdeling zonder zicht op uitzetting
Eiser, met de Congolese nationaliteit, is sinds 31 juli 2024 onderworpen aan een maatregel van bewaring op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Hij heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding.
De rechtbank toetst alleen de periode vanaf 16 september 2024, het moment van het sluiten van het vorige onderzoek. Eiser stelt dat de minister onvoldoende voortvarend handelt en dat er geen redelijk zicht is op zijn uitzetting naar Congo, mede omdat er geen nieuwe presentatie is gepland en het laatste vertrekgesprek dateert van 4 september 2024.
De minister is afhankelijk van de afgifte van een laissez-passer door de Congolese autoriteiten. Hoewel het niet mogelijk was om eiser daadwerkelijk uit te zetten, is er nog wel zicht op uitzetting. De minister heeft meerdere rappels gedaan en een vertrekgesprek gepland, wat voldoende voortvarendheid toont.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om schadevergoeding af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.