Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], V-nummer: [V-nummer], eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Algerijnse vreemdeling, is sinds juni 2024 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank heeft het beroep beoordeeld vanaf 2 september 2024, het moment waarop de eerdere rechtmatigheidstoets eindigde.
Eiser betoogde dat verweerder onvoldoende voortvarend handelt door slechts vertrekgesprekken te voeren en te rappelleren bij de Algerijnse autoriteiten, en dat er geen zicht is op uitzetting omdat nog geen laissez-passer is afgegeven. De rechtbank oordeelde dat verweerder sinds 2 september 2024 twee vertrekgesprekken heeft gevoerd en driemaal heeft gerappelleerd, wat als voldoende voortvarend handelen wordt beschouwd.
Daarnaast is niet gebleken dat de Algerijnse autoriteiten de laissez-passer-aanvraag hebben afgewezen of zullen weigeren. Eiser werkt bovendien niet volledig mee aan zijn uitzetting, onder meer door geen inspanningen te verrichten om zijn identiteit en nationaliteit aan te tonen. De rechtbank concludeerde dat de maatregel van bewaring rechtmatig voortduurt en wees het beroep en het verzoek om schadevergoeding af.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.