ECLI:NL:RBDHA:2024:18143
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek dwangakkoord wegens niet maximaal haalbaar voorstel en redelijke weigering schuldeiser
De heer [naam 1] bevindt zich in een problematische schuldensituatie met een totale schuldenlast van €46.001,05 verdeeld over 35 schuldeisers. Hij deed een voorstel voor een schuldregeling waarbij een deel van de vorderingen ineens wordt voldaan en het restant wordt kwijtgescholden. I-Finance, schuldeiser voor €11.776,23, stemde niet in met dit voorstel.
De heer [naam 1] verzocht de rechtbank om I-Finance te dwingen mee te werken aan het akkoord (dwangakkoord). De rechtbank oordeelde dat het voorstel niet het maximaal haalbare was, omdat de heer [naam 1] studeert en niet werkt, terwijl hij wel in staat is te werken en een hoger inkomen te genereren. I-Finance weigerde daarom terecht in te stemmen.
De rechtbank maakte een belangenafweging en concludeerde dat de belangen van I-Finance zwaarder wegen dan die van de verzoeker en overige schuldeisers. De meerderheid van schuldeisers stemde wel in, maar het voorstel is onvoldoende. Het verzoek tot oplegging van het dwangakkoord werd afgewezen. Het verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling werd ingetrokken.
De uitspraak is gedaan door rechter L. Mundt op 31 oktober 2024 in de rechtbank Den Haag.
Uitkomst: Het verzoek tot oplegging van het dwangakkoord wordt afgewezen omdat het voorstel niet maximaal haalbaar is en de weigering van I-Finance niet onredelijk is.