Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[verzoekster], verzoekster,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Verzoekster diende een aanvraag in voor een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis bij een referent. De minister van Asiel en Migratie nam niet tijdig een besluit, waarop verzoekster beroep instelde. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en stelde een termijn van vier weken voor het nemen van een besluit, met een dwangsom bij overschrijding.
Verweerder besloot uiteindelijk de aanvraag in te willigen, maar pas nadat de maximale dwangsom was bereikt en verzoekster opnieuw beroep had ingesteld wegens het uitblijven van een tijdige beslissing. Verzoekster trok daarop haar beroep in en verzocht om vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank oordeelde dat verweerder geheel aan het beroep tegemoet was gekomen door alsnog het besluit te nemen, maar te laat, en veroordeelde verweerder tot betaling van proceskosten van € 437,50 aan verzoekster. Tevens werd verzoekster definitief vrijgesteld van griffierecht.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de minister tot betaling van € 437,50 proceskosten wegens niet tijdig beslissen op de aanvraag nareis.