ECLI:NL:RBDHA:2024:268
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op aanvraag mvv nareis met oplegging dwangsommen
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis. De aanvraag werd op 16 november 2022 ingediend, waarna verweerder de beslistermijn van 90 dagen met drie maanden verlengde, maar desondanks niet binnen deze termijn een besluit nam.
Na een rechtsgeldige ingebrekestelling door eiseres op 6 juni 2023 en het verstrijken van de termijn, stelde eiseres beroep in tegen het uitblijven van een besluit. De rechtbank oordeelt dat dit een bijzonder geval betreft en legt op grond van artikel 8:55d, derde lid, Awb een beslistermijn van vier weken op, waarbinnen verweerder alsnog een besluit moet nemen.
Daarnaast stelt de rechtbank vast dat verweerder bestuurlijke dwangsommen van in totaal €1.442 heeft verbeurd en legt een dwangsom van €100 per dag op voor elke dag dat de termijn wordt overschreden, met een maximum van €7.500. Verweerder wordt tevens veroordeeld tot betaling van de proceskosten van eiseres, vastgesteld op €437,50. Het beroep wordt gegrond verklaard en het niet tijdig nemen van een besluit vernietigd.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, verweerder moet binnen vier weken alsnog beslissen en wordt veroordeeld tot betaling van bestuurlijke dwangsommen en proceskosten.