De curator in faillissementen van meerdere vennootschappen verzoekt de rechtbank Den Haag om het faillissement uit te spreken van een besloten vennootschap (verweerster). Verweerster betwist de vorderingen niet, maar stelt dat de curator geen redelijk belang heeft bij het verzoek en dat er sprake is van misbruik van recht. De rechtbank beoordeelt het verzoek op basis van de faillissementswet en Europese regelgeving.
De rechtbank constateert dat verweerster meerdere schuldeisers heeft en niet meer betaalt, waardoor de faillissementstoestand is vastgesteld. Daarnaast is er een redelijk belang van de curator, mede vanwege een waarborgsom en een potentiële NOW-subsidie die nog kan worden ontvangen. Misbruik van recht wordt uitgesloten.
De rechtbank wijst het verzoek tot faillietverklaring toe, maar benoemt een andere curator dan de verzoeker vanwege een mogelijk tegenstrijdig belang. De rechter-commissaris wordt eveneens benoemd. De uitspraak is in het openbaar gedaan op 6 november 2024.