ECLI:NL:RBDHA:2024:18275
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure na niet-ontvankelijkverklaring verblijfsvergunning
Verzoeker, van Somalische nationaliteit, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure. De minister van Asiel en Migratie verklaarde deze aanvraag bij besluit van 30 augustus 2024 niet-ontvankelijk. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om voorlopige voorziening samen met een andere zaak op 23 oktober 2024. Verzoeker was niet aanwezig bij de zitting, terwijl de minister zich liet vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Op dezelfde dag als deze uitspraak deed de rechtbank uitspraak op het hoofdberoep (zaaknummer NL24.34269).
Gezien de uitspraak op het hoofdberoep achtte de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk en wees het verzoek af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is openbaar en er staat geen hoger beroep of verzet open tegen deze beslissing.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank op het hoofdberoep heeft geoordeeld dat een voorlopige voorziening niet meer nodig is.