ECLI:NL:RBDHA:2024:18284

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
1 november 2024
Publicatiedatum
8 november 2024
Zaaknummer
NL24.29392
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbArt. 76 Vreemdelingenwet 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang na toewijzend besluit visumaanvraag

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn bezwaar tegen de afwijzing van zijn visumaanvraag. Verweerder heeft echter op 15 augustus 2024 alsnog een toewijzend besluit genomen, waardoor het oorspronkelijke doel van het beroep is bereikt.

De rechtbank oordeelt dat het beroep daardoor geen zin meer heeft en verklaart het niet-ontvankelijk wegens ontbreken van procesbelang. Eiser heeft recht op vrijstelling van griffierecht en krijgt een proceskostenvergoeding toegekend van € 437,50, omdat het beroep terecht was ingesteld en een professionele gemachtigde werd ingeschakeld.

De procedure verliep zonder zitting, en de rechtbank baseerde haar oordeel op de relevante wettelijke bepalingen uit de Algemene wet bestuursrecht en de Vreemdelingenwet 2000. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten van eiser.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang na toewijzend besluit; verweerder wordt veroordeeld tot betaling van € 437,50 aan proceskosten.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL24.29392
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], V-nummer: [V nummer] , eiser (gemachtigde: mr. A.E. Martinez Linnemann),
en

de Minister van Buitenlandse Zaken, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingediend, omdat verweerder niet op tijd heeft beslist op zijn bezwaar gericht tegen de afwijzende beschikking op zijn visum-aanvraag.
Op 15 augustus 2024 heeft verweerder alsnog een inwilligend besluit genomen op de aanvraag.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is.1
2. Eiser heeft verzocht om vrijstelling van de verplichting om griffierecht te betalen. Eiser heeft voldoende aangetoond dat hij aan de voorwaarden voor deze vrijstelling voldoet. De rechtbank verleent eiser daarom vrijstelling van de verplichting om griffierecht te betalen.
Ontvankelijkheid
3. Als een bestuursorgaan niet op tijd op een bezwaar beslist, dan kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Dat is wat eiser heeft gedaan. Inmiddels heeft verweerder wel een besluit genomen. Verweerder heeft dus gedaan wat eiser wilde en de rechtbank hoeft dit dan ook niet meer aan verweerder op te dragen. Omdat eiser het beroep niet heeft ingetrokken moet de rechtbank nog wel een beslissing nemen over het beroep.
4. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk. Eiser wilde met zijn beroep bereiken dat verweerder zou beslissen op zijn aanvraag. Omdat verweerder heeft beslist, heeft het beroep van eiser geen zin meer. Eiser heeft daarom geen belang meer bij zijn oorspronkelijk beroep (geen procesbelang).
1. Op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Proceskostenveroordeling
5. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Voor de vraag of verweerder de proceskosten aan eiser moet betalen is van belang of het beroep terecht is ingesteld.
6. Eiser heeft op 6 april 2023 bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een visum. Verweerder moet uiterlijk binnen twaalf weken een beslissing op bezwaar nemen. Dit is gerekend vanaf de dag na die waarop de termijn voor het indienen van het bezwaarschrift is verstreken.2 Verweerder heeft deze termijn niet verlengd. Eiser heeft verweerder op 23 april 2024 in gebreke gesteld. Dit is na het verstrijken van de beslistermijn. Ook heeft eiser meer dan twee weken na de ingebrekestelling beroep in gesteld. Dit betekent dat het beroep terecht is ingediend.
7. Omdat het beroep ten tijde van het instellen daarvan gegrond zou zijn geweest, krijgt eiser een vergoeding voor de proceskosten die hij heeft gemaakt. Volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht is dit een vast bedrag, omdat eiser een professionele (juridische) hulpverlener heeft ingeschakeld om voor hem een beroepschrift in te dienen. Omdat de zaak alleen gaat over de vraag of de beslistermijn is overschreden, wordt een lager bedrag toegekend (wegingsfactor 0,5). Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden. Toegekend wordt € 437,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 875,- en een wegingsfactor 0,5).

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep niet-ontvankelijk;
  • veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 437,50.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Loman, rechter, in aanwezigheid van L.M. Kalkman, griffier.
2 Dit staat in artikel 76, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
01 november 2024

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.