ECLI:NL:RBDHA:2024:18642
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening en Zwitserland
Eiser, een Algerijnse nationaliteit houdende persoon, diende op 17 juni 2024 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Zwitserland verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening, aangezien eiser eerder asielverzoeken in Zwitserland en Duitsland had ingediend.
Eiser stelde dat hij bij overdracht aan Zwitserland een reëel risico loopt op schending van zijn rechten, onder meer vanwege medische problemen, racisme en discriminatie, en het ontbreken van een eerlijk proces. Hij verwees naar rapporten van de Verenigde Naties en het AIDA-rapport.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat eiser onvoldoende concrete aanwijzingen heeft geleverd dat Zwitserland structurele tekortkomingen vertoont die een schending van artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 Handvest Pro EU veroorzaken. De aangevoerde rapporten tonen wel problemen aan, maar ook dat Zwitserse autoriteiten maatregelen treffen.
De rechtbank concludeerde dat eiser in Zwitserland klachten kan indienen over medische zorg en discriminatie en dat het beroep ongegrond is. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen wordt ongegrond verklaard.