ECLI:NL:RBDHA:2024:18645
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet tijdig beslissen asielaanvraag door verlenging beslistermijn
Eiser heeft op 2 oktober 2023 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Deze aanvraag valt onder de regeling WBV 2023/3, waardoor de beslistermijn met negen maanden is verlengd. Hierdoor moet verweerder uiterlijk op 2 januari 2025 beslissen op de aanvraag.
Eiser heeft op 5 september 2024 een ingebrekestelling ingediend, waarin hij verweerder verzoekt binnen twee weken alsnog te beslissen. De rechtbank oordeelt dat deze ingebrekestelling te vroeg is, omdat de verlengde beslistermijn nog niet was verstreken. Hierdoor is niet voldaan aan de voorwaarden voor het indienen van een beroep wegens niet tijdig beslissen.
Eiser betwist de geldigheid van de verlenging van de beslistermijn via WBV 2023/3 en stelt dat een individuele kennisgeving vereist is. De rechtbank verwijst echter naar een eerdere uitspraak waarin is geoordeeld dat de verlenging via WBV 2023/3 rechtsgeldig is en niet onrechtmatig.
De rechtbank heeft partijen laten weten dat een zitting niet nodig is en heeft het onderzoek gesloten. Het beroep wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard. Eiser wordt gewezen op de mogelijkheid om binnen vier weken beroep in te stellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de ingebrekestelling te vroeg is ingediend door de verlengde beslistermijn.