ECLI:NL:RBDHA:2024:18652
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet-in behandeling nemen asielaanvraag en overdracht aan Duitsland
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 16 september 2024 waarbij zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling werd genomen omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de aanvraag. Nederland had een verzoek tot overname bij Duitsland gedaan, dat werd aanvaard.
De rechtbank heeft het beroep op 8 oktober 2024 behandeld en het onderzoek heropend om nieuwe stukken toe te laten. Eiser stelde dat het besluit onzorgvuldig tot stand kwam omdat hij niet was uitgenodigd voor een gehoor en het voornemen niet persoonlijk had ontvangen, waardoor hij zijn standpunt niet kon kenbaar maken.
De rechtbank oordeelde dat het voornemen aan de gemachtigde van eiser was toegezonden en dat eiser voldoende gelegenheid had gehad om een zienswijze in te dienen. Uit het dossier bleek dat eiser tweemaal was uitgenodigd voor een gehoor via de post in zijn opvangcentrum, conform de gebruikelijke procedure. Eiser had de uitnodigingen niet opgehaald, wat voor zijn eigen risico was.
Verder stelde eiser bezwaar te hebben tegen de overdracht aan Duitsland, maar had hij dit niet kenbaar gemaakt tijdens de gehoren of in een zienswijze. De rechtbank achtte het besluit zorgvuldig genomen en verklaarde het beroep ongegrond. De overdracht aan Duitsland blijft gehandhaafd en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en de overdracht aan Duitsland blijft gehandhaafd.