ECLI:NL:RBDHA:2024:18655
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening afgewezen
Eiseres, met Zuid-Soedanese nationaliteit, diende een asielaanvraag in die door de minister van Asiel en Migratie niet in behandeling werd genomen omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublinverordening. Eiseres betwistte dit besluit en stelde dat het voornemen onvoldoende gemotiveerd was en dat zij niet in staat was om bij Franse autoriteiten te klagen, waardoor artikel 17 van Pro de Dublinverordening toegepast had moeten worden.
De rechtbank oordeelde dat het voornemen een voorbereidingshandeling is en dat verweerder voldoende duidelijk heeft gemotiveerd waarom Frankrijk verantwoordelijk is. Eiseres had de mogelijkheid om te reageren via haar zienswijze. De rechtbank vond dat verweerder terecht het interstatelijk vertrouwensbeginsel toepaste en dat eiseres onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij niet bij Franse autoriteiten kon klagen.
De rechtbank stelde vast dat verweerder binnen zijn beoordelingsvrijheid had gehandeld door niet over te gaan tot behandeling van de aanvraag op grond van artikel 17. Het beroep werd daarom kennelijk ongegrond verklaard. Tevens werd het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk verklaard en werd eiseres geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt kennelijk ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.