Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag door de Minister van Asiel en Migratie, nadat een eerdere uitspraak van 12 juni 2024 verweerder had opgedragen binnen twee weken te beslissen.
De rechtbank oordeelt dat het beroep terecht is ingediend, mede omdat verweerder geen actie heeft ondernomen sinds de eerdere uitspraak en geen verweerschrift heeft ingediend. De rechtbank wijst een verzoek tot aanhouding af, omdat dit de prikkel voor verweerder wegneemt om tijdig te beslissen.
De rechtbank legt een termijn van twee weken op aan verweerder om alsnog een besluit te nemen en bepaalt een dwangsom van €200 per dag bij overschrijding, met een maximum van €15.000. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiser van €437,50 wegens het inschakelen van juridische hulp.
De uitspraak is gedaan door rechter G.P. Loman en uitgesproken in het openbaar op 24 oktober 2024.