ECLI:NL:RBDHA:2024:18711
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen beëindiging opvang asielzoekster door COA
Verzoekster, een asielzoekster van Togolese nationaliteit, heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) om haar opvang te beëindigen. Zij verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening om deze beëindiging te voorkomen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat er geen spoedeisend belang is omdat verzoekster opvang krijgt zodra zij het COA moet verlaten. Daarnaast is het bestreden besluit niet evident onrechtmatig; verzoekster valt niet onder de categorieën die volgens de Regeling verstrekkingen asielzoekers recht geven op opvang. Ook is niet aannemelijk gemaakt dat sprake is van een acute medische noodsituatie die opvang zou rechtvaardigen.
De voorzieningenrechter concludeert dat de gevraagde voorlopige voorziening niet kan worden toegewezen en wijst het verzoek af. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de beëindiging van de opvang wordt afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang en omdat het besluit niet evident onrechtmatig is.