ECLI:NL:RVS:2014:86
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- G. van der Wiel
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake opvang vreemdeling en minderjarig kind
Het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COa) wees op 18 juli 2011 de aanvraag van een vreemdeling en haar minderjarig kind om opvang te verlenen af op grond van de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005 (Rva 2005). De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond, vernietigde het besluit en beval een nieuw besluit.
Het COa stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het COa terecht heeft gemotiveerd dat het besluit niet strijdig is met artikel 3 EVRM Pro, mede omdat de situatie van de vreemdeling niet vergelijkbaar is met de omstandigheden in het arrest M.S.S. tegen België en Griekenland van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.
Verder werd bevestigd dat het COa als zelfstandig bestuursorgaan alleen gehouden is opvang te verlenen binnen de kaders van de Rva 2005. Een algemene verdragsrechtelijke verplichting om opvang te bieden aan vreemdelingen buiten deze regeling rust niet op het COa. De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit van het COa tot weigering van opvang blijft in stand.