ECLI:NL:RBDHA:2024:18732
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens te vroege ingebrekestelling bij verlengde beslistermijn asielaanvraag
Eiser heeft op 11 oktober 2023 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Verweerder heeft niet tijdig op deze aanvraag beslist. Eiser stelde verweerder op 22 augustus 2024 schriftelijk in gebreke om alsnog binnen twee weken te beslissen, waarna hij beroep instelde wegens het niet tijdig beslissen.
De rechtbank overweegt dat sinds 1 januari 2023 tot 1 januari 2024 de beslistermijn voor asielaanvragen met negen maanden is verlengd op grond van het besluit WBV 2023/3. Dit betekent dat verweerder uiterlijk op 11 januari 2025 op de aanvraag moet beslissen. De ingebrekestelling van 22 augustus 2024 was daarom te vroeg, waardoor niet is voldaan aan de voorwaarden voor het indienen van het beroep.
Eiser betwist de geldigheid van de verlenging van de beslistermijn, maar de rechtbank volgt het standpunt van verweerder dat de verlenging terecht is toegepast. De rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak van 16 februari 2024 waarin dit is bevestigd.
Omdat partijen geen zitting wensten, heeft de rechtbank het onderzoek gesloten en het beroep niet inhoudelijk behandeld. De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk en wijst erop dat eiser binnen vier weken beroep kan instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te vroege ingebrekestelling bij verlengde beslistermijn.