ECLI:NL:RBDHA:2024:1874
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure wegens verantwoordelijkheid Duitsland
Verzoekster heeft een asielaanvraag ingediend die door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag. Verzoekster stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht daarnaast om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening beoordeeld zonder zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Omdat de rechtbank op hetzelfde moment in een andere zaak al een beslissing heeft genomen op het beroep dat betrekking heeft op hetzelfde besluit, acht de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet meer nodig.
Daarom werd het verzoek om een voorlopige voorziening als kennelijk ongegrond afgewezen. Er was ook geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter J.F.I. Sinack en openbaar gemaakt via geanonimiseerde publicatie. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank reeds op het beroep heeft beslist.