ECLI:NL:RBDHA:2024:18876
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel vreemdelingenbewaring
Eiser, van Algerijnse nationaliteit, is op 15 juni 2024 onderworpen aan een maatregel van vreemdelingenbewaring die nog voortduurt. Hij heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregel. De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting achterwege gelaten en het dossier inhoudelijk beoordeeld.
Eiser betoogt dat er geen redelijk vooruitzicht op uitzetting is omdat hij op een eerdere vlucht geweigerd werd door de gezagvoerder, en dat de minister onvoldoende voortvarend is in het realiseren van zijn uitzetting. De rechtbank stelt vast dat de weigering van de gezagvoerder het gevolg was van het fysieke en verbale verzet van eiser zelf, waardoor dit risico voor rekening van eiser komt.
Verder blijkt uit de voortgangsrapportage dat de minister een nieuwe vlucht heeft geboekt voor 13 november 2024, wat aan eiser is medegedeeld. De rechtbank concludeert dat er wel degelijk redelijk zicht is op uitzetting en dat de minister voldoende voortvarend optreedt. De maatregel van bewaring is tot het moment van het sluiten van het onderzoek rechtmatig gebleven. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard.