ECLI:NL:RBDHA:2024:18897
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.L.M. Steinebach - de Wit
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
In deze bestuursrechtelijke zaak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen. De minister baseerde dit besluit op de Dublinverordening, die bepaalt dat de lidstaat verantwoordelijk is waar de asielaanvraag eerst is ingediend, in dit geval Duitsland. Nederland heeft een verzoek tot terugname aan Duitsland gedaan, dat is geaccepteerd.
Eiser betoogt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet toegepast kan worden vanwege zijn negatieve ervaringen in Duitsland, waaronder detentie, racisme en slechte medische zorg. De rechtbank overweegt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel in principe geldt, tenzij de vreemdeling aannemelijk maakt dat de behandeling in de andere lidstaat niet voldoet aan de normen van het EVRM en het Vluchtelingenverdrag. Eiser heeft dit onvoldoende onderbouwd met objectieve informatie of bewijs.
Daarnaast stelt eiser dat de minister artikel 17 van Pro de Dublinverordening had moeten toepassen om de asielaanvraag onverplicht aan zich te trekken wegens bijzondere omstandigheden. De rechtbank oordeelt dat eiser niet heeft aangetoond dat de overdracht aan Duitsland onevenredige hardheid oplevert, zodat dit verweer faalt.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt het besluit van de minister. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter Steinebach - de Wit en griffier Steenbeek op 8 november 2024.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen blijft in stand.