ECLI:NL:RVS:2024:3661
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- J. Schipper-Spanninga
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing niet in behandeling nemen verblijfsvergunning asiel
De minister van Asiel en Migratie heeft op 9 juli 2024 besloten een aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 19 augustus 2024 het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De Afdeling bestuursrechtspraak heeft het hoger beroep beoordeeld en geoordeeld dat de rechtbank terecht en op goede gronden tot haar oordeel is gekomen. De motivering van de rechtbank is overgenomen en het hogerberoepschrift bevat geen vragen die beantwoording behoeven in het belang van rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming.
Daarom is het hoger beroep ongegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank bevestigd en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter J. Schipper-Spanninga op 11 september 2024.
Uitkomst: Het hoger beroep en verzoek om voorlopige voorziening worden afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.