ECLI:NL:RBDHA:2024:18957
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen niet-inhoudelijke behandeling asielaanvraag
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van 18 september 2024 waarin zijn asielaanvraag niet in behandeling werd genomen omdat Kroatië verantwoordelijk zou zijn. Dit verzoek was gericht op het voorkomen van overdracht totdat op het beroep tegen het besluit zou zijn beslist.
Op 14 november 2024 heeft de rechtbank in de hoofdzaak (zaaknummer NL24.36480) reeds uitspraak gedaan op het beroep tegen het bestreden besluit. Hierdoor is de voorlopige voorziening overbodig geworden.
De voorzieningenrechter heeft daarom het verzoek om een voorlopige voorziening als kennelijk ongegrond afgewezen. Tevens is geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door mr. J.F.I. Sinack en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het beroep reeds is beslist.