Verzoeker, geboren in 1993 uit Marokkaanse ouders, vroeg de rechtbank om vaststelling van zijn Nederlanderschap. Zijn vader werd in 2011 genaturaliseerd met medenaturalisatie van zijn vier minderjarige kinderen, maar verzoeker was toen 17 jaar en werd niet meegenomen in het naturalisatieproces.
De rechtbank oordeelt dat verzoeker niet de Nederlandse nationaliteit bezit omdat hij niet is genoemd in het Koninklijk Besluit van 24 maart 2011 en niet voldeed aan de aanvullende voorwaarden voor naturalisatie voor personen ouder dan 16 jaar. Het beroep van verzoeker op het Europese evenredigheidsbeginsel en algemene beginselen van behoorlijk bestuur wordt verworpen.
De rechtbank benadrukt dat de Rijkswet op het Nederlanderschap limitatief is in de wijzen van verkrijging van het Nederlanderschap en dat algemene bestuursrechtelijke beginselen niet kunnen leiden tot toekenning van het Nederlanderschap buiten de wettelijke bepalingen om.