ECLI:NL:RBDHA:2024:18978
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.F.I. Sinack
- B.F.Th. de Roos
- S.E. van de Merbel
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardige identiteit en motieven
Eiser, een Guinese nationaliteitdragende, diende op 7 april 2022 een asielaanvraag in. Hij stelde te zijn werkzaam geweest bij het ministerie van Milieu en verklaarde te zijn opgepakt en zes maanden vastgezeten, waarna hij ontsnapte en Guinee verliet met hulp van een kapitein.
Verweerder wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond op basis van de Werkinstructie 2024/6, waarbij de geloofwaardigheid van eisers identiteit en motieven werd beoordeeld. Hoewel de nationaliteit en herkomst werden erkend, achtte verweerder de identiteit ongeloofwaardig vanwege het ontbreken van originele documenten en tegenstrijdigheden in verklaringen, waaronder afwijkingen in visumpasgegevens.
Eiser betwistte de beoordeling en stelde dat verweerder onterecht wisselende toetsingscriteria toepaste zonder een nieuw voornemen uit te brengen. De rechtbank oordeelde dat de beoordeling consistent was en dat verweerder voldoende gemotiveerd had waarom de verklaringen niet samenhangend en aannemelijk waren.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, handhaafde het bestreden besluit en wees vergoeding van proceskosten af. Eiser kan binnen een week hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit tot afwijzing van de asielaanvraag blijft in stand.