ECLI:NL:RBDHA:2024:18981
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen voortduren maatregel van bewaring en uitzetting naar Tunesië
Eiser, met de Tunesische nationaliteit, maakt bezwaar tegen het voortduren van een maatregel van bewaring opgelegd door verweerder op grond van de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank toetst de rechtmatigheid van de voortzetting van deze maatregel vanaf 2 oktober 2024, na eerdere toetsing.
Eiser voert aan dat verweerder onterecht contact heeft opgenomen met de Tunesische autoriteiten na zijn asielaanvraag op 12 oktober 2024 en dat verweerder onvoldoende voortvarend handelt, terwijl er geen zicht is op uitzetting. Verweerder stelt dat de asielaanvraag niet-ontvankelijk is verklaard en dat de uitzetting daarom doorgaat.
De rechtbank oordeelt dat verweerder voldoende voortvarend heeft gehandeld, onder meer door rappelleren bij de Tunesische autoriteiten en dat het uitblijven van een vertrekgesprek geen onrechtmatigheid oplevert. Ook is er geen gebrek aan zicht op uitzetting, aangezien de Tunesische autoriteiten eerder de nationaliteit van eiser bevestigden en een laissez-passer verleenden.
Verder is het voortduren van de maatregel niet onevenredig, nu geen nieuwe feiten of omstandigheden zijn die een lichter middel rechtvaardigen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en verweerder hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard.