ECLI:NL:RBDHA:2024:18991
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening
Eiser, van Guinese nationaliteit, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister van Asiel en Migratie nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Zwitserland volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag. Nederland heeft een verzoek tot terugname bij Zwitserland gedaan, dat dit verzoek heeft aanvaard.
Eiser voerde aan dat Zwitserland niet aan zijn internationale verplichtingen voldoet, met name vanwege ontoereikende medische zorg en een asielprocedure die niet voldoet aan internationale standaarden, zoals blijkt uit het AIDA-rapport 2023. De rechtbank overweegt dat de minister in beginsel mag vertrouwen op het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat alleen bij aannemelijk maken van ernstige tekortkomingen in Zwitserland kan worden afgeweken.
De rechtbank oordeelt dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er sprake is van structurele en ernstige tekortkomingen die een reëel risico op schending van artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 Handvest Pro opleveren. De enkele verwijzing naar het AIDA-rapport is onvoldoende onderbouwd. Klachten over opvang en procedure dienen bij de Zwitserse autoriteiten te worden ingediend.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het besluit van de minister blijft in stand. Eiser krijgt geen vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot niet in behandeling nemen van de asielaanvraag blijft in stand.