Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Oezbeekse nationaliteit, is op 30 september 2024 met behulp van de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) teruggekeerd naar Oezbekistan. Tegen het op 16 augustus 2024 uitgevaardigde inreisverbod van twee jaar heeft eiser beroep ingesteld. Hij stelt dat verweerder onvoldoende rekening heeft gehouden met bijzondere individuele omstandigheden, zoals het feit dat zijn zwager in Nederland woont en hij zijn gezin niet kan bezoeken binnen het Schengengebied.
De rechtbank stelt vast dat verweerder op grond van de Vreemdelingenwet bevoegd was het inreisverbod op te leggen en dat alleen bijzondere omstandigheden daaraan in de weg kunnen staan. Verweerder heeft gemotiveerd dat de relatie met het familielid niet zodanig is dat het inreisverbod een schending van artikel 8 EVRM Pro oplevert. Ook is niet gebleken dat het familieleven niet op andere wijze kan worden uitgeoefend, bijvoorbeeld door een bezoek van het familielid aan Oezbekistan.
De rechtbank oordeelt dat verweerder voldoende heeft gemotiveerd waarom het inreisverbod en de duur daarvan gerechtvaardigd zijn. Het beroep is daarom kennelijk ongegrond en wordt afgewezen. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het inreisverbod van twee jaar wordt ongegrond verklaard.