ECLI:NL:RBDHA:2024:19071
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening afgewezen
Eiser heeft op 6 april 2024 in Nederland asiel aangevraagd. De minister heeft de aanvraag niet in behandeling genomen omdat Kroatië verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening, bevestigd door een terugnameverzoek dat door Kroatië is geaccepteerd.
Eiser betoogde dat Kroatië niet betrouwbaar is vanwege pushbacks, ontoereikende opvang en slechte toegang tot de asielprocedure, onderbouwd met diverse rapporten en eigen ervaringen. Ook stelde hij dat de medische situatie van zijn vader in Nederland een reden is om de aanvraag wel in behandeling te nemen.
De rechtbank oordeelt dat de minister terecht uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat eiser onvoldoende concrete aanwijzingen heeft geleverd dat hij bij overdracht aan Kroatië een reëel risico loopt op onmenselijke behandeling. De medische situatie van de vader is niet voldoende onderbouwd om overdracht te weigeren.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, waardoor het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen in stand blijft. Eiser kan tegen deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag wordt niet in behandeling genomen omdat Kroatië verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening.