ECLI:NL:RBDHA:2024:19094
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing mvv-aanvragen wegens onvoldoende bewijs familierechtelijke relatie en ontbreken jongvolwassenenbeleid
Eisers, ouders van een meerderjarige zoon (referent), vroegen een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor gezinshereniging in Nederland op grond van artikel 8 EVRM Pro. De minister wees de aanvragen af omdat de familierechtelijke relatie niet voldoende was aangetoond; alleen kopieën van documenten werden overgelegd zonder originele stukken, waardoor authenticiteit niet kon worden vastgesteld.
De rechtbank bevestigde dat de minister de overgelegde kopieën en foto’s weliswaar in de beoordeling had betrokken, maar dat dit onvoldoende bewijs vormde. Eisers konden niet aantonen waarom originele documenten ontbraken en leverden geen aanvullende bewijsstukken die de relatie aannemelijk maakten. Daarnaast oordeelde de rechtbank dat de zoon niet viel onder het jongvolwassenenbeleid omdat hij niet met zijn ouders in gezinsverband samenleeft en financieel niet van hen afhankelijk is.
Eisers voerden aan dat de gezinsband niet verbroken was en dat er sprake was van afhankelijkheid, mede door de oorlogssituatie in Jemen. De rechtbank stelde vast dat de zoon al geruime tijd zelfstandig woont en studeert in het buitenland, en dat de ouders inmiddels financieel afhankelijk zijn van hem. Ook ontbraken bewijsstukken voor medische afhankelijkheid en emotionele afhankelijkheid overstijgt de gebruikelijke ouder-kindrelatie niet.
De minister hoefde geen DNA-onderzoek te verrichten omdat de feitelijke gezinsband was verbroken en een dergelijk onderzoek geen ander besluit zou opleveren. De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond, handhaafde de afwijzing van de mvv-aanvragen en wees terugbetaling van griffierecht en proceskosten af.
Uitkomst: De rechtbank wijst de mvv-aanvragen af wegens onvoldoende bewijs van de familierechtelijke relatie en het niet voldoen aan het jongvolwassenenbeleid.