ECLI:NL:RVS:2024:1187
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Wissels
- A. Kuijer
- J. Schipper-Spanninga
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing belangenafweging bij gezinshereniging grootmoeder met kleinkinderen
De zaak betreft een 62-jarige Syrische vrouw die in Turkije verblijft en verblijf wenst als familie- of gezinslid bij haar volwassen zoon en twee minderjarige kleinkinderen in Nederland. De staatssecretaris wees haar aanvraag af wegens het ontbreken van meer dan gebruikelijke afhankelijkheid met de referent en een belangenafweging die het Nederlands belang zwaarder liet wegen.
De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris de belangenafweging ondeugdelijk had gemotiveerd, met onvoldoende aandacht voor de hechte persoonlijke banden tussen de grootmoeder en kleinkinderen en de feitelijke rol van de grootmoeder als moedervervanger. De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen dit oordeel.
De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt het oordeel van de rechtbank dat de belangenafweging niet volledig en feitelijk juist is gemotiveerd. De staatssecretaris heeft niet inzichtelijk gemaakt welk gewicht hij toekent aan de langdurige verzorgende rol van de grootmoeder. Ook is het beroep tegen de besluiten van september 2022 gegrond verklaard en vernietigd, met de opdracht tot een nieuw besluit binnen twaalf weken, waarbij alle relevante feiten en omstandigheden betrokken moeten worden.
Daarnaast oordeelt de Afdeling dat het bezwaar niet kennelijk ongegrond verklaard had mogen worden, waardoor de staatssecretaris ten onrechte geen dwangsom verschuldigd achtte. De staatssecretaris is veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en de besluiten van september 2022 worden vernietigd met opdracht tot een nieuw besluit.