Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door de minister van Asiel en Migratie, nadat de rechtbank Den Haag eerder had bepaald dat binnen twee weken een nieuw besluit moest worden genomen.
De rechtbank stelt vast dat verweerder niet binnen de gestelde termijn heeft beslist en verklaart het beroep gegrond. Omdat verweerder nog geen besluit heeft genomen, wordt hem opgedragen dit alsnog binnen twee weken na verzending van deze uitspraak te doen.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van € 200,- per dag dat de termijn wordt overschreden, met een maximum van € 15.000,-. Verweerder heeft reeds een bestuurlijke dwangsom verbeurd, zodat een nieuwe toekenning wordt afgewezen.
Tot slot wordt verweerder veroordeeld tot betaling van de proceskosten aan eiser, vastgesteld op € 437,50, vanwege de inschakeling van professionele juridische hulp en het beperkte onderwerp van het geschil.
De uitspraak is gedaan door rechter M.C. Verra op 9 oktober 2024 te Utrecht.