Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
de Minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: S. Faddach).
Procesverloop
Overwegingen
Zicht op uitzetting
Ambtshalve toetsing
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
De minister van Asiel en Migratie legde op 4 november 2024 een maatregel van bewaring op aan eiser, een Algerijnse vreemdeling, op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde alle gronden van de maatregel betwist te hebben, waaronder de zware gronden dat hij zich aan toezicht zou onttrekken en niet zou terugkeren naar Algerije.
De rechtbank oordeelde dat de gronden feitelijk juist en voldoende gemotiveerd waren. Het besluit uit 2013 werd als terugkeerbesluit aangemerkt, ondanks het ontbreken van een expliciete vermelding van het land van terugkeer. Eiser had geen gehoor gegeven aan zijn terugkeerverplichting en verklaarde tijdens het gehoor niet te willen vertrekken. Ook de lichte grond dat eiser geen vaste woon- of verblijfplaats heeft, werd bevestigd.
Eiser voerde aan dat een lichter middel passend zou zijn, mede vanwege zijn registratie als niet-ingezetene en familiecontacten. De rechtbank vond echter dat het risico op onttrekking en het ontbreken van vrijwillig vertrek of legalisatie dit niet toelieten. Tevens was er zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn, mede door recente ontwikkelingen bij de Algerijnse autoriteiten.
De rechtbank concludeerde dat de maatregel niet onrechtmatig was en wees het beroep en het verzoek om schadevergoeding af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.